Uit de praktijk

Karel tekent. Met grote snelheid verrijzen hoge bergen en diepe dalen, met gevaarlijke valkuilen er tussen in.

Loeiende vlammen laaien omhoog naar de automobilist, die over de bergtoppen racet. Het lukt de auto nooit om tijdig te remmen om aan het gevaar te ontsnappen. Karel knikkert. Met grote snelheid rollen de knikkers de hele vloer over. Het lukt niet om de knikkers in het knikkerpotje te krijgen. Ze schieten steeds hun doel voorbij. De speltherapeut leeft mee, spreekt de gevoelens uit rond snel willen zijn maar steeds in de problemen komen. Zou het de auto helpen om de remmen eens na te laten kijken? Hoe kun je winnen bij knikkeren? Na veel gevaarlijke auto teken-avonturen en opzoeken van verdwenen knikkers lukt het Karel om zijn impulsen beter te doseren, zowel thuis als op school.

Marco (9) krijgt te maken met tegenslag in zijn leven. Zijn ouders zijn pas geleden gescheiden. Hij wilde dat het niet zo was.

We tekenen. Hij tekent een groot hart. Het ziet er vurig rood uit en binnen is het leeg.“Stel dat dit hart zou kunnen praten Marco, wat zou het zeggen denk je?” vraag de speltherapeut hem.

Marco hoeft niet lang na te denken, het antwoord ligt al op zijn lippen: “Dat ie heel alleen is en mijn hart heeft pijn….”  Beiden  zuchten we erover. Het is niet niks. We zijn een tijdje stil en tekenen verder aan onze tekeningen.

Dan stelt de speltherapeut hem de vraag of hij kan bedenken wat zijn hart nodig heeft om zich weer wat beter te voelen?  

Er verschijnt een glimlach op zijn gezicht; “Een frietje!” roept hij, “maar die kan ik niet tekenen!”. Samen gaan we aan de slag; we tekenen een knapperig frietje voor zijn hart.

Marco neemt zijn hart mee naar huis;  “Voor naast m’n bed”.

Floris(7) heeft in zijn jonge leventje veel ziekenhuiservaringen meegemaakt.

Floris is onzeker, stelt veel vragen en heeft enge dromen. In zijn spel zitten de hoofdpersonen op een eiland met veel hulptroepen om zich heen. Af en toe worden ze aangevallen. De vijand wordt verslagen. Floris speelt het spel keer op keer. De speltherapeut luistert, geeft woorden aan zijn spel, stelt oplossingen voor. Langzamerhand geeft hij zijn ervaringen een plekje en neemt zijn zelfvertrouwen toe. Floris zijn enge dromen nemen af.

Jort (6) heeft een stoornis uit het Autistisch Spectrum(ASS) en kan niet goed samenspelen.

Hij kan heel driftig worden als iets anders loopt dan hij in zijn hoofd heeft. Jort uit zijn gevoelens niet en is niet aan te spreken op zijn gedrag. Hij klaagt over buikpijn, wil niet naar school. In therapie gaat hij op zoek naar manieren waarop de prins zijn draak kan overwinnen. Hij ontdekt dat je in spelverhalen steeds weer nieuwe mogelijkheden kunt maken. Er is altijd weer een nieuwe kans. Frustraties maken bij hem plaats voor vertrouwen en zich durven toevertrouwen.

Anne( 7) is een meisje dat erg onzeker is en faalangst heeft. Op school ging het niet goed en wisten zij ook niet hoe ze met haar om moesten gaan. Gedurende de spelsessies krijgt ze meer vertrouwen en het gevoel dat ze er mag zijn. Ze durft meer dingen zelfstandig te doen zonder dat ouders mee moeten of dat ze zegt dat ze het echt niet gaat doen. Ouders geven aan geleerd te hebben om als ouders hun dochter beter te begrijpen door de oudergesprekken.

Jesse (9) heeft op 2 jarige leeftijd zijn moeder verloren

Zijn oudere zusjes waren ouder toen zijn moeder overleed. Zij herinneren haar, maar hij kan zich zijn moeder niet herinneren. “ Wie was mamma en hoe zag zij eruit? Lijk ik op haar? Hield zij ook zo van pannenkoeken? Wat was haar lievelingskleur” Voor Jesse bestaan er vragen… heel veel vragen en deze maken hem stil en verdrietig. In speltherapie verzamelt hij al zijn vragen. En samen schrijft hij deze op. Hij bedenkt samen met de therapeut wie zijn vragen kunnen beantwoorden. Opa, oma, een tante, pappa, een vriendin van mamma. …Bij elk gevonden antwoord legt Jesse een puzzelstukje neer. Niet een gewoon puzzelstukje, maar een puzzelstukje van een foto van zijn moeder. En als de puzzel compleet is, weet Jesse heel veel van zijn moeder. Jesse is niet stil meer, hij speelt en lacht en maakt plezier en huilt soms net als alle kinderen doen.